Waar ik in mijn Day Zero Project heb staan dat ik mijn dagboek uit de ziekenhuisperiode van mijn moeder wil digitaliseren maak ik langzaam, heel langzaam een begin hieraan. Ik zit niet dagelijks in mijn dagboek. Dit omdat ik het heftig vind terug te lezen. Toendertijd zat ik heel anders in mijn emotie als nu èn had ik nog hoop dat het goed kwam. Ik zal zeker niet heel mijn dagboek hier delen puur omdat ik dat veel te privé vind maar sommige stukken voelen ‘goed’ om te delen…

Automatisch loop ik naar de openslaande klapdeuren. Het zoemende geluid van de deuren vind ik irritant. Ze gaan eigenlijk ook te langzaam naar mijn zin open. Ik loop rechtdoor en ga bij de balie rechtsaf. Ik groet de zuster terug en ga linksaf, kamer 5 in. Zo, we zijn er weer. Ik geef mijn moeder een kus en pak haar toilettas, rits hem open en haal haar handcrème eruit. Ik smeer met alle liefde haar handen in en masseer zachtjes haar huid. Goed voor de doorbloeding lijkt me. Ik stop haar crème terug en bekijk de stapel kaarten die nieuw binnen is gekomen. Geen idee of iemand ze al voorgelezen heeft maar stuk voor stuk lees ik de kaarten voor aan mijn moeder, voor het geval ze toch iets hoort. Daarna ga ik zitten en focus me op de monitor. Hoewel mijn moeder rustig ligt is het verre van rustig in de kamer. Het ritmische geluid van de beademing zit als een soort mantra in mijn hoofd en daarnaast hoor ik af en aan piepjes gaan. Vochttoediening, sondevoeding, zuurstofgehalte.. Ik pak het sudokuboekje en maak de zoveelste puzzel. Vervolgens sms ik René over de stand van zaken, die momenteel onveranderd is en staar ik een beetje voor me uit. Ik reken uit hoeveel dagen we hier al zitten.. Vraag me ondertussen af hoe het op mijn stage is. Hoe zal het met Marieke zijn? Wat zal ze ervan begrijpen? Meer als we denken, daar ben ik zeker van. Morgen maar proberen langs te gaan bij haar. Ze logeert momenteel in Werkendam dus dat is makkelijk aan te rijden en voor haar misschien ook wel gezellig. ‘Goedemiddag meissie, hoe is het met je’. Terwijl de verpleegkundige de vochtzakken aan het infuus wisselt maken we een praatje. Wat een lieve verpleging loopt hier.. stuk voor stuk doen ze bewonderenswaardig, intensief werk en blijven ze tegelijkertijd zo menselijk. Ondertussen krijg ik een smsje van mijn vader dat hij er weer aankomt. ‘Is goed. Rustig aan hoor alles verder prima hier. X Anne’ Mijn vader was even thuis om te douchen en schone kleren te pakken en wat dingen te regelen. Hij slaapt hier praktisch altijd maar het IC-team raadde hem aan om even naar huis te gaan en daar wat slaap proberen te pakken. Even een momentje aan jezelf denken, zeiden ze. Dat bedoelde ik dus met menselijkheid, ze zorgen niet alleen heel goed voor mijn moeder maar ook ons houden ze nauwlettend in de gaten. Ik pak mijn moeders hand, en leg hem in de mijne. Het valt me op dat ze zo’n mooi nagelbed heeft. ‘Ik zal nog even je lippen insmeren, mam’. Ik pak haar labello en maak haar lippen vettig. Geef haar een kus op haar wang, geen idee waarom want meestal doe ik dat alleen als ik binnenkom of wegga. Ons gezin heeft niet perse een hoog knuffelgehalte we weten dat we van elkaar houden zonder dat we daarvoor aan elkaar hoeven te zitten. Wat ligt ze er rustig bij. Haar ogen zijn dicht en de epileptische activiteit is gelukkig niet zo hoog in haar hersenen, de medicatie houdt het aardig in toom. Haar armen liggen naast haar lijf. Zou het er zo uit zien als ze …? Niet aan denken, ze is er nog en blijf geloven..Nooit de moed opgeven. Ik schaam me voor de gedachte die ik had. Kan me ook niet indenken dat ze dood zal gaan. Nee, ik geloof echt in een wonder, dat moet wel toch?!

‘Wat àls ze hier uitkomt?’

Volgens mij laat God mij nu gewoon heel hard schrikken. Maar ergens, diep van binnen heb ik een onbehagelijk gevoel. Het is helemaal mis in het hoofd en het lijf van mijn moeder. Ze heeft veel te lang zonder zuurstof gezeten, veel te lang. Haar slaapmedicatie kan niet afgebouwd worden omdat de epileptische activiteit in haar hersenen enorm hoog is. Wat àls ze hieruit komt? Is ze dan een kasplantje, iemand die niets meer kan? Ik wil er niet aan denken.  Ik wil blijven geloven dat het goed komt. Mijn vader komt binnen en we praten even bij. De zuster komt weer binnen en maakt een praatje met mijn vader. Ik loop even de kamer uit, pak mijn sigaretten en neem de lift naar beneden. In de lange hal is het druk, het zal wel bezoekuur zijn. Ik loop door de deur naar buiten en steek een sigaret op. Vlak bij me staat een vrouw te roken terwijl haar infuus haar een of ander goedje toedient. Ik vraag me af wat ze heeft en waarom ze nog rookt terwijl ze duidelijk te zien, ziek is. ‘Moet jij zeggen Anne, je staat zelf ook te roken terwijl er een tiental meter verder mensen behandeld worden voor kanker of last hebben van hun luchtwegen’. Àls ma blijft leven stop ik met roken. Ergens diep in mij hoor ik een stemmetje dat me laf noemt. Want hoe groot is de kans? Ik verschuil me dus blijkbaar achter die sigaretten. Op dit moment heb ik er maling aan.. als die sigaretten mij hier doorheen helpen blijf ik mooi even roken. Ik sms René of hij nog naar het ziekenhuis komt, druk mijn sigaret uit en loop naar het winkeltje. Even een lekker bakkie koffie halen voor mijn vader en mij. Terwijl ik in de lift naar boven stap  krijg ik een smsje van René dat hij vanavond ook naar het ziekenhuis komt. Ik stap de lift uit en de deuren zwiepen open. Ik vervolg mijn weg door de klapdeuren, langs de balie. Ik groet de zuster en sla linksaf, kamer 5 weer binnen.