Nummer 26

A mother is she who can take the place of all others, but whose place no one else can take.

Ze is er weer

Terwijl ik het laatste rompertje opvouw voel ik dat ik niet alleen sta in de kamer. Het is geen eng gevoel, zoals in spannende films. Je weet dat je gaat schrikken alleen niet wanneer. Nee, het geeft me rust.. ze is er weer. ‘De thee staat klaar, kom je?’  Ik loop de trap af, haar geur hangt er nog en als ik beneden kom zit ze al op de bank. ‘Vertel, waar waren we gebleven’. Ik knijp wederom in mijn arm, zucht nog eens diep.. ja, ik zit hier echt met haar.

‘Nou ja, zoals je ziet.. behoorlijk rond en gevuld.. 24 weken alweer en het gaat goed’. Ze slikt en zegt  ‘wat heb ik een hoop gemist hé? Jullie zijn getrouwd, hebben kinderen.. allemaal een huis. Je word voor de 2e keer mama en kijk nou hoe goed je het doet’. Ik knipper mijn tranen weg, probeer de brok in mijn keel weg te slikken maar het lukt niet. Ik ben de afgelopen 9 jaar sterk geweest dus ik ga niet huilen maar wat is dit moeilijk..

Ons verdere gesprek hou ik voor mezelf. Ik hoor haar praten, ik zie haar echt.. ik ruik haar, kan haar aanraken. Ze is er weer.. maar ik weet dat ik droom. Ik droom dat ze een paar dagen geleden wakker is geworden uit een lange coma van 9 jaar. Dat we haar bij praten over waar we nu staan in het leven en wie onze kinderen zijn. Ik voel het verdriet. Het verdriet dat ze ons zo gemist heeft, dat ze haar kleinkinderen nu pas ziet, dat ze zoveel heeft gemist. Ik huil met haar mee, omdat ik haar zo mistte en deze situatie zo belachelijk onwerkelijk is. En op het moment dat ze haar armen om mij heen slaat, ze haar handen op mijn buik legt en ik haar echt voel, schrik ik wakker. 1:47 staat er op de klok. Noem me een doordenker maar de getallen kloppen.. 1 staat voor januari, 47 voor haar leeftijd. Ik sluip naar beneden om de rest niet wakker te maken. Vooral de slaap van Nore is me behoorlijk lief de laatste tijd dus ik weet welke trede ik over moet slaan. Ik zet de waterkoker aan en staar een tijdje voor me uit. Loop met mijn thee naar de bank, de lege bank.  Ik relativeer.. het was een droom. De zoveelste maar ik weet dat het bij deze hormonale toestand hoort. Ik weet dat ik na dit soort dromen uit bed moet gaan, niet moet blijven liggen omdat ik bang ben dat ik weer ga dromen. Hoe fijn ook, een glimp op te vangen van haar, ik wil het niet. Omdat ik weet dat het niet echt is, het kan niet. Het maakt me verward, scheurt de wond weer een beetje open die ik, vooral nu, dicht wil houden.

 

‘Grief, I’ve learned, is really just love. It’s all the love you want to give but cannot. All of the unspent love gathers up in the corners of your eyes, the lump in your throat, and in that hollow part of your chest. Grief is just love with no place to go’. 

« »

© 2018 Nummer 26. Thema door Anders Norén.